Burgerparticipatie, een kwestie van vertrouwen

Volgens het rapport “Vertrouwen in burgers” van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) dreigt de overheid de aansluiting te missen op een samenleving waarin burgers op velerlei wijze actief willen zijn. Ook de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) kwam in “Vertrouwen op democratie” tot een vergelijkbare conclusie, namelijk dat de overheid te weinig gebruik maakt van de aanwezige kennis in de samenleving. Al eerder had onderzoek naar eParticipatie door Burgerlink en de Nationale Ombudsman uitgewezen dat de overheid kansen laat liggen: burgers willen best meedoen, mits ze serieus worden genomen. De WRR vindt het zorgelijk dat weinig burgers zich aangesproken voelen door de huidige pogingen van de overheid om burgers te betrekken. De resultaten daarvan stellen dan ook teleur: er is sprake van weinig leren, het sluit niet aan bij de behoeften van burgers, een structurele inbedding ontbreekt. Vandaar dat de WRR een groot aantal aanbevelingen doet aan beleidsmakers om burgers te verleiden tot actieve betrokkenheid. De vraag is of dat voldoende is. Het gevaar is niet denkbeeldig dat succes blijft afhangen van toevalligheden, zoals het doorzettingsvermogen van een burger of de ontvankelijkheid van een overheidsorganisatie. Waar het aan schort is een visie op de participatieve democratie, als aanvulling op de representatieve democratie. De remedie van de WRR is: de overheid moet leren denken vanuit de burger en ruimte bieden voor tegenspel. Dat blijkt gemakkelijker gezegd dan gedaan. Daarvoor is namelijk wederzijds vertrouwen nodig. Dat vertrouwen ontstaat pas als men elkaars ambities en verwachtingen kent en honoreert. Om een klantgestuurde ontwikkeling van de elektronische overheid te bevorderen, is destijds de BurgerServiceCode opgesteld. Deze kwaliteitsstandaard gaf normen voor...

Digitaal verkeer(d): lakse overheden moeten zich schamen

Wilt u een mailtje aan uw gemeente sturen? Grote kans dat u er nooit meer iets op hoort. Ambtenaren lezen geen e-mails, ze verdwijnen soms in het niets en naar een antwoord kunt u fluiten. Kunnen al die voorlichters er nu eens voor zorgen dat dit probleem wordt opgelost? Volgens de Nationale ombudsman is er nogal wat mis is met het digitale verkeer tussen overheid en burgers (en bedrijven). Hij concludeert dat op basis van een onderzoek onder een groot aantal instanties en roept overheden op meer duidelijkheid en zekerheid te bieden. Onduidelijkheid Digitaal verkeer loopt via website, portal, webformulier of e-mail. De ombudsman heeft drie onderwerpen bekeken: de bereikbaarheid, het gebruik van disclaimers en wat een burger mag verwachten. Allereerst blijkt het voor een burger onduidelijk of e-mail wordt erkend. Lang niet alle overheden hebben dat namelijk met zoveel woorden verklaard. Vervolgens gebruiken veel overheden disclaimers, waarmee ze elke verantwoordelijkheid voor de inhoud van een bericht afwijzen. Behalve dat dit onbehoorlijk en vrijblijvend is, is zo’n eenzijdige afwijzing niet eens rechtsgeldig. Ten slotte kunnen burgers er niet van op aan dat ze ook antwoord krijgen, ze moeten maar afwachten welke servicenormen worden gehanteerd. Gelukkig is het niet allemaal kommer en kwel. Er zijn ook overheden die hun zaakjes op orde hebben. Maar daarom is het juist vreemd dat er nog zoveel onduidelijkheid heerst. Eind 2010 hadden alle overheden moeten voldoen aan de eis dat digitaal verkeer mogelijk is en dat ze daarvoor servicenormen hebben vastgesteld. Dat had ook best gekund. De afgelopen jaren zijn er immers diverse programma’s geweest die daarvoor ondersteuning boden: Overheidsloket 2000,  Kwaliteitshandvesten, Burgerlink, Antwoord...

Samen besturen is Beter besturen

Vorige maand maakte staatssecretaris Atsma bekend dat de veiligheidssituatie bij 12 gevaarlijke bedrijven ver onder de maat is. Hij wil daarmee de overtreders aan de schandpaal nagelen in de hoop dat ze hun leven zullen beteren. De vraag is of dat ook gebeurt. Niet dat openbaarmaking geen effect zal hebben. Maar transparantie zou niet een laatste redmiddel moeten zijn, eerder iets dat normaal is bij een eigentijdse vorm van bestuur. Belanghebbenden zouden namelijk van het begin af aan een rol kunnen vervullen bij de handhaving. Wanneer aan een aantal voorwaarden is voldaan, kan samen besturen ook inderdaad leiden tot beter besturen. Schandpaal Na de rampen in Enschede en Volendam besloot het kabinet tot een bewustwordingsprogramma voor eenieder die betrokken is bij bestuurlijke handhaving, Handhaven op Niveau geheten. Gebleken was namelijk dat er op allerlei niveaus binnen de overheid nogal wat mis ging bij de vergunningverlening, de naleving en het toezicht. Het schortte niet alleen aan kennis en kunde, maar ook aan de juiste mentaliteit. De afgelopen jaren zal er ongetwijfeld het nodige zijn verbeterd. Maar de ramp in Moerdijk begin dit jaar heeft aangetoond dat er nog steeds bedrijven zijn die het niet zo nauw nemen met vergunningverlening en dat de controle daarop door de overheid te wensen over laat. Voor de Tweede Kamer was het aanleiding om een onderzoek te eisen naar de veiligheidssituatie bij bedrijven met zware ongeval risico’s. Uit het onderzoek van staatssecretaris Atsma bleek dat van de ruim 400 gevaarlijke bedrijven er 71 niet voldoen aan alle voorschriften en dat de veiligheidssituatie bij 12 bedrijven ver onder de maat was. Dat in een behoorlijk aantal...

Hoogste tijd voor een Burgervisie 2.0

De Nederlandse overheid is 15 jaar bezig met verbetering van het openbaar bestuur. Daarbij zijn successen behaald, maar hebben zich ook de nodige mislukkingen voorgedaan. Aan het aantal plannen voor de overheid kan het niet gelegen hebben. Wel dat die onvoldoende op elkaar zijn afgestemd. Een blauwdruk voor de e-overheid zit er echter niet in. Wat wel helpt is een nieuwe Burgervisie. De aanzet daarvoor bestaat al met de BurgerServiceCode, verder uit te werken in het model van “Collaborative Government”. Echte overheid? Dat de Nederlandse overheid het beste met haar burgers voor heeft, mag blijken uit het grote aantal plannen dat de afgelopen jaren is ontwikkeld om die overheid te moderniseren. Het begon midden jaren negentig met Overheidsloket 2000. Daarna volgden Elektronische Overheid, Andere Overheid, Overheid 2.0, Open Overheid, met als voorlopig sluitstuk Compacte Overheid. Voor Het Expertise Centrum (HEC) was dit onlangs aanleiding voor een symposium onder de titel: “Wil de echte overheid opstaan?” Dat is niet gebeurd, en wel om de eenvoudige reden dat al deze plannen deelaspecten betreffen. Alle dragen alle hun steentje bij: efficiency, minder bureaucratie, interoperabiliteit, transparantie, betrouwbaarheid, besparingen, etc. Wat opvalt is dat ze alle een eigen, soms tegenstrijdige kijk op de burger hanteren. Ze zijn dus onvoldoende op elkaar afgestemd.  Ondanks alle plannenmakerij zitten we volgens de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) nu met een Informatie Overheid (iOverheid) die niet bewust is ontworpen en waarbij het overzicht over het geheel ontbreekt. Door een wirwar aan verknoopte informatiestromen raakt de burger in de knel en niemand voelt zich daarvoor verantwoordelijk. Blauwdruk? Toekomstplannen die 15 jaar geleden het etiket “2000” kregen, heten nu...

Governance in tijden van ICT

We zijn het bijna vergeten, maar er is een tijd geweest dat het woord bureaucratie een gunstige bijklank had. Toen autocratie nog heel gewoon was, bepaalde de willekeur van de vorst hoe bestuur en samenleving functioneerden. In reactie daarop ontstond de behoefte aan voorspelbaarheid. Het Weberiaanse concept van openbaar bestuur legt daarom de nadruk op zorgvuldigheid en deskundigheid. En ook al klagen we tegenwoordig graag over het falen van de bureaucratie, in grote delen van de wereld waar wetteloosheid heerst zijn mensen jaloers op die landen waar rechtszekerheid de norm is. Zoals onze nationale filosoof echter weet: ieder voordeel heeft zijn nadeel. Het grote goed van voorspelbaarheid kan in zijn tegendeel verkeren, en tot starheid verworden. Dan tonen de sterke punten zorgvuldigheid en deskundigheid hun keerzijde: traagheid en vooringenomenheid. Vandaar dat men naarstig op zoek is gegaan naar nieuwe organisatievormen die de voordelen behouden en de nadelen verzachten. Onder de vlag van de eOverheid is een hele serie activiteiten gestart om het openbaar bestuur te moderniseren. Daarbij zijn ontegenzeggelijk successen behaald. Maar de resultaten de afgelopen 15 jaar hebben ook aangetoond dat dit besturingsmodel eindig is. Nederland staat daarin overigens niet alleen. Weliswaar is iedere overheidsorganisatie bezig met verbetering van de eigen dienstverlening, maar jammer genoeg ze doen dat veelal los van elkaar. Ook goedwillende bestuurders lukt het kennelijk niet om over hun eigen (autonomie) schaduw heen te springen. Een (politiek) gedeelde visie op samenhang ontbreekt, wat samenwerking belemmert. Om een voorbeeld te geven: de eOverheid wil ontschotten, maar miskent het belang van gescheiden domeinen. Zo kan het gebeuren dat zich tegengestelde bewegingen voordoen bij veiligheid (centralisatie politie), gezondheidszorg...