Uitreiking waarmerk Drempelvrij aan provincie Flevoland

Uitreiking waarmerk Drempelvrij aan provincie Flevoland “Het is al weer lang geleden dat de opening van een website voorpaginanieuws was. Tegenwoordig heeft iedere organisatie een website, anders besta je niet. Maar dat betekent niet dat het allemaal goede websites zijn. Helaas wordt er dikwijls te veel aandacht gegeven aan een gelikt ontwerp, wat ten koste gaat van een toegankelijke structuur. De gebruiker is de dupe van die verkeerde keuze, want die komt er niet in of verdwaalt. Het is net als met een gebouw: als je niet binnen komt maakt het niet uit hoe mooi het interieur is. Daarom zegt met wel dat toegankelijkheid de moeder is van alle kwaliteitseisen. Flevoland geeft met haar vernieuwde website in dubbel opzicht het goede voorbeeld. Ten eerste voldoet de website aan de hoogste eisen van toegankelijkheid voor overheidswebsites. Ten tweede heeft men het resultaat onafhankelijk laten toetsen door een erkende inspectie-instelling. De burger centraal stellen is niet alleen beloven je best te doen, maar het resultaat van die inspanning ook objectief laten testen. Met de toenemende digitalisering wordt internet steeds belangrijker voor dienstverlening en participatie. Toegankelijkheid is trouwens niet alleen van levensbelang voor mensen met een handicap, ruim een kwart van de bevolking heeft baat bij functies als ondertiteling, schaalbare tekst, goed contrast, etc. Helaas voldoen veel websites nog niet aan minimale eisen van toegankelijkheid. Daarom blijft de stichting zich inspannen voor aantoonbare toegankelijkheid via het waarmerk. Flevoland laat zien dat het kan, dus het stichtingsbestuur reikt met genoegen het tastbare bewijs daarvan uit.” Lelystad, 17 december 2015 Bij de foto: Gedeputeerde Michiel Rijsberman van de provincie Flevoland neemt het certificaat in...

Overheid mag risico digitale ontoegankelijkheid niet afwentelen op burger

Wanneer een digitale procedure onveilig of ontoegankelijk is, mag de burger daarvan niet de dupe worden. Ook al is een vergunninghouder zelf verantwoordelijk voor het naleven van de voorwaarden, dat ontslaat dat de overheid niet van de plicht om de burger daartoe in staat te stellen. Nu digitale dienstverlening steeds belangrijker wordt, doet de overheid er goed aan om ondeugdelijke of verwarrende procedures te verbeteren. Dit volgt uit een uitspraak op 27 mei 2014 door de Rechtbank Den Haag in een geschil over een ten onrechte opgelegde parkeerboete. De gemeente Den Haag (verweerder) had deze opgelegd omdat volgens haar de klager (eiser) niet had voldaan aan de gebruiksvoorwaarden voor de parkeervergunning. Dat zijn er twee: de vergunningspas moet zichtbaar in de auto zijn aangebracht, en in werking zijn gesteld door het aanmelden via internet (of telefoon). Aan die tweede voorwaarde was volgens de gemeente niet voldaan, en een niet aangemelde pas wordt beschouwd als parkeren zonder vergunning. Vandaar dat de gemeente het bezwaar tegen de boete afwees, waarop klager in beroep ging bij de rechtbank. Dat de pas niet zou zijn aangemeld was volgens eiser niet zijn schuld. Tussen het inloggen als gebruiker en het aanmelden van de pas verscheen een waarschuwing dat het certificaat was verlopen. Indachtig het advies om alleen veilig te internetten, had klager de procedure afgebroken. Na opnieuw inloggen en het toch maar negeren van deze waarschuwing verkeerde klager in de veronderstelling dat de pas was aangemeld. Volgens klager schort er meer aan deze procedure: deze voldoet niet aan minimale toegankelijkheidseisen en is nodeloos ingewikkeld. Zo bleek pas bij het uitloggen dat de aanmelding niet...

Drempelvrij.nl op de bres voor toegankelijke digitale overheid en participatiesamenleving

Willen de digitale overheid en de participatiesamenleving een succes worden, dan moeten de digitale diensten en voorzieningen aan minimale toegankelijkheidsvoorwaarden voldoen. Daarom dienen gemeenteraden dit een prominente plaats geven in de komende raadsprogramma’s en collegeakkoorden. Sinds 2004 zet Stichting Waarmerk drempelvrij.nl zich in voor digitale toegankelijkheid van de overheid. Nu burgers steeds afhankelijker worden van digitale dienstverlening en de participatiesamenleving steeds meer van burgers vraagt, zijn nieuwe spelregels voor de contacten tussen burger en overheid noodzakelijk. Daarom heeft stichting haar dienstenpakket verbreed. Dat bestaat allereerst uit een gestroomlijnde Waarmerkregeling waarmee overheden de toegankelijkheid van hun website objectief kunnen aantonen. Daarnaast is een Toegankelijkheidsregister in ontwikkeling waarin ontwerpers, bouwers en adviseurs worden opgenomen die aantoonbaar hebben bijgedragen aan toegankelijke digitale diensten. Ten slotte introduceert de stichting een Burgertoets waarmee gebruikers van digitale diensten en bezoekers van websites kunnen aangeven wat er vanuit hun perspectief schort aan de aangeboden diensten en hoe dat beter kan. De statuten en naam van de stichting zijn inmiddels aangepast aan de bredere doelstelling. Digitale dienstverlening wordt menens Burgers hebben recht op een toegankelijke digitale overheid. Daarom moeten overheidswebsites aantoonbaar voldoen aan minimale eisen van toegankelijkheid volgens internationale normen. Dat geldt te meer nu digitale dienstverlening de laatste jaren steeds belangrijker is geworden. Volgens de kabinetsplannen zal dit in 2017 de normale vorm van contact zijn. Ook stellen internationale verdragen en Europese regelingen eisen aan publieke digitale dienstverlening. Verder leidt de decentralisatie van rijkstaken op het gebied van zorg, onderwijs en werkgelegenheid ertoe dat burgers steeds afhankelijker worden van lokale dienstverlening. Ten slotte veronderstelt de door het kabinet beleden participatiesamenleving dat burgers meedoen. Daar moeten ze...

Laatste kans voor een burgergerichte overheid

Er gaapt een gat tussen ambitie en realisatie van de e-Overheid. Om dat te overbruggen is tweeërlei samenwerking nodig: binnen de overheid, en tussen overheid & burger. Gebeurt dat niet, dan is een burgergerichte overheid gedoemd te mislukken. Dat valt af te leiden uit drie onlangs verschenen publicaties over digitale overheidsdienstverlening. Een gemeenschappelijke Burgervisie 2.0 is de sleutel.   Burgerperspectief Het motto van Overheidsloket 2000, het eerste programma van wat destijds nog niet de Elektronische Overheid heette was “Denken en werken vanuit de burger”. Het wilde daarmee in 1997 uitdrukken dat je bij veranderingen niet moet uitgaan van je eigen organisatie, maar vanuit de burger (klant/gebruiker). Omdat dit burgerperspectief door iedere organisatie zelf werd ingevuld, heeft in 2005 het toenmalige Forum Burger@Overheid de BurgerServiceCode bedacht. Doel: de ambities van de overheid en de verwachtingen van burgers op elkaar afstemmen. Deze gedragscode bevat 10 kwaliteitsnormen die kunnen gelden als ontwerpeisen vooraf en evaluatiecriteria achteraf. Als ontwerpeisen zijn de normen opgenomen in de Nederlandse Overheids Referentie Architectuur (NORA). Helaas is dat geen garantie gebleken dat ze steeds worden toegepast. Dat is ook de belangrijkste verklaring waarom het gebruik van digitale diensten achterblijft bij het aanbod. Tussen droom en daad staan immers wetten in de weg, en praktische bezwaren. Dat de overheid ermee worstelt om het burgerperspectief leidend laten zijn, laten drie onlangs kort na elkaar verschenen publicaties zien.   Visiebrief Digitale Overheid 2017 (BZK) Met zijn Visiebrief Digitale Overheid 2017 doet minister Plasterk van BZK een nieuwe poging om de e-Overheid een impuls te geven. Hij beperkt zich daarbij overigens tot de overheid in strikte zin (dus niet de gehele publieke...

“Versoepelen Webrichtlijnen is het probleem wegdefiniëren”

Freek Blankena 27 mrt 2013 Er moet niet minder maar juist méér druk komen op naleving van de webrichtlijnen door overheidsorganisaties. Dat stellen organisaties van mensen met een handicap en de Stichting Waarmerk drempelvrij. Versoepeling zonder toetsing De organisaties roeren zich naar aanleiding van het naderende Kameroverleg (op 3 april) over minister Plasterks besluit ‘pragmatischer’ om te gaan met de verplichting voor overheidsorganisaties om te voldoen aan een basisset van de officiële webrichtlijnen. Die regels betreffen de toegankelijkheid in brede zin van websites. Plasterk wil het meer aan gemeenten overlaten of zij volledig willen voldoen aan die regels, volgens het principe ‘pas-toe-of-leg-uit’. Onafhankelijke toetsing via het Waarmerk drempelvrij zou niet meer verplicht zijn. Maar de genoemde organisaties willen juist een strakker regime rond de webrichtlijnen. Het kan best “We zijn er nu tien jaar mee bezig geweest”, stelt vice-voorzitter Matt Poelmans van de Stichting Waarmerk Drempelvrij (SWD). “En het kan wel, als je het wilt. Er zijn zo’n honderd gemeenten die er wel aan voldoen.” SWD pleit voor verplichting van de drempelvrij-toets én sanctionering; die was er tot dusver nog niet. Poelmans ziet verwarring over de eisen waaraan de publieke sector nu moet voldoen en verspilling doordat overbodige nieuwe instrumenten hun intrede doen. Dat Plasterk de toepassing van de webrichtlijnen pragmatischer wil maken, wil er bij hem niet in. “Het is het probleem wegdefiniëren.” Deadline stellen De Oogvereniging, de Chronisch zieken en Gehandicapten Raad Nederland, MaculaDegeneratie Vereniging Nederland, Retina Nederland, Platform VG, de belangenorganisaties voor doven en slechthorenden, de koepel van ouderenorganisaties CSO en Seniorweb vragen de Tweede Kamer in een gezamenlijke brief een deadline vast te stellen waarbinnen...