Drempelvrij.nl op de bres voor toegankelijke digitale overheid en participatiesamenleving

Willen de digitale overheid en de participatiesamenleving een succes worden, dan moeten de digitale diensten en voorzieningen aan minimale toegankelijkheidsvoorwaarden voldoen. Daarom dienen gemeenteraden dit een prominente plaats geven in de komende raadsprogramma’s en collegeakkoorden. Sinds 2004 zet Stichting Waarmerk drempelvrij.nl zich in voor digitale toegankelijkheid van de overheid. Nu burgers steeds afhankelijker worden van digitale dienstverlening en de participatiesamenleving steeds meer van burgers vraagt, zijn nieuwe spelregels voor de contacten tussen burger en overheid noodzakelijk. Daarom heeft stichting haar dienstenpakket verbreed. Dat bestaat allereerst uit een gestroomlijnde Waarmerkregeling waarmee overheden de toegankelijkheid van hun website objectief kunnen aantonen. Daarnaast is een Toegankelijkheidsregister in ontwikkeling waarin ontwerpers, bouwers en adviseurs worden opgenomen die aantoonbaar hebben bijgedragen aan toegankelijke digitale diensten. Ten slotte introduceert de stichting een Burgertoets waarmee gebruikers van digitale diensten en bezoekers van websites kunnen aangeven wat er vanuit hun perspectief schort aan de aangeboden diensten en hoe dat beter kan. De statuten en naam van de stichting zijn inmiddels aangepast aan de bredere doelstelling. Digitale dienstverlening wordt menens Burgers hebben recht op een toegankelijke digitale overheid. Daarom moeten overheidswebsites aantoonbaar voldoen aan minimale eisen van toegankelijkheid volgens internationale normen. Dat geldt te meer nu digitale dienstverlening de laatste jaren steeds belangrijker is geworden. Volgens de kabinetsplannen zal dit in 2017 de normale vorm van contact zijn. Ook stellen internationale verdragen en Europese regelingen eisen aan publieke digitale dienstverlening. Verder leidt de decentralisatie van rijkstaken op het gebied van zorg, onderwijs en werkgelegenheid ertoe dat burgers steeds afhankelijker worden van lokale dienstverlening. Ten slotte veronderstelt de door het kabinet beleden participatiesamenleving dat burgers meedoen. Daar moeten ze...

Open discussie gewenst over taak, samenstelling en werkwijze (bewonersgeleding) ORS

Taak De Omgevingsraad Schiphol (ORS) heeft als doel de ontwikkeling van Schiphol in te bedden in de omgeving. Daaruit volgt een tweeledige taak: draagvlak verwerven en belangenbehartiging ondersteunen. Hoewel dat twee kanten van eenzelfde medaille zijn, hoeven deze taken niet per se samen te vallen. De eerste vraagt een managementaanpak met top down benadering, de tweede een participatieaanpak met bottom up benadering. De top down benadering legt de nadruk op sturing en eenheid, de bottom up benadering legt de nadruk op openheid en variëteit. Om succesvol te zijn moeten organisatieperspectief en burgerperspectief onderling worden verbonden. De vraag is of opzet en inrichting van de ORS daarin voorziet. Cluster ZuidWest heeft twijfels en bepleit een open discussie over samenstelling en werkwijze van de bewonersgeleding in de ORS. Samenstelling Bijzonder is dat bewoners een eigen vertegenwoordiging hebben in de CROS en de Alderstafel en dat in de ORS deze wordt voortgezet. De bewonersgeleding ORS is evenwel opgezet als een traditionele vorm van burgerparticipatie, met het accent op legitimiteit en consensus. Dat leidt tot een omslachtige ‘verkiezingsprocedure’. Bewonersgroepen die aan bepaalde eisen voldoen kunnen zich registreren, maar de vertegenwoordigers worden in feite via coöptatie aangewezen. Het Clustervertegenwoordigers-overleg i.o. moet allerlei lastige beslissingen nemen: of kandidaten voldoen aan het profiel, wie een cluster vertegenwoordigt indien er niet voldoende achterbanorganisaties zijn, hoe meerderheden worden bepaald met zeer diverse organisaties, etc. Kandidaat-clustervertegenwoordigers moeten voldoen aan een overdreven profiel dat niet in verhouding staat tot de invloed van de functie, zich houden aan een gedragscode die hen monddood maakt en enkele reglementen ondertekenen die gericht zijn op disciplinering. Het gevaar is niet denkbeeldig dat weinigen zich...

Laatste kans voor een burgergerichte overheid

Er gaapt een gat tussen ambitie en realisatie van de e-Overheid. Om dat te overbruggen is tweeërlei samenwerking nodig: binnen de overheid, en tussen overheid & burger. Gebeurt dat niet, dan is een burgergerichte overheid gedoemd te mislukken. Dat valt af te leiden uit drie onlangs verschenen publicaties over digitale overheidsdienstverlening. Een gemeenschappelijke Burgervisie 2.0 is de sleutel.   Burgerperspectief Het motto van Overheidsloket 2000, het eerste programma van wat destijds nog niet de Elektronische Overheid heette was “Denken en werken vanuit de burger”. Het wilde daarmee in 1997 uitdrukken dat je bij veranderingen niet moet uitgaan van je eigen organisatie, maar vanuit de burger (klant/gebruiker). Omdat dit burgerperspectief door iedere organisatie zelf werd ingevuld, heeft in 2005 het toenmalige Forum Burger@Overheid de BurgerServiceCode bedacht. Doel: de ambities van de overheid en de verwachtingen van burgers op elkaar afstemmen. Deze gedragscode bevat 10 kwaliteitsnormen die kunnen gelden als ontwerpeisen vooraf en evaluatiecriteria achteraf. Als ontwerpeisen zijn de normen opgenomen in de Nederlandse Overheids Referentie Architectuur (NORA). Helaas is dat geen garantie gebleken dat ze steeds worden toegepast. Dat is ook de belangrijkste verklaring waarom het gebruik van digitale diensten achterblijft bij het aanbod. Tussen droom en daad staan immers wetten in de weg, en praktische bezwaren. Dat de overheid ermee worstelt om het burgerperspectief leidend laten zijn, laten drie onlangs kort na elkaar verschenen publicaties zien.   Visiebrief Digitale Overheid 2017 (BZK) Met zijn Visiebrief Digitale Overheid 2017 doet minister Plasterk van BZK een nieuwe poging om de e-Overheid een impuls te geven. Hij beperkt zich daarbij overigens tot de overheid in strikte zin (dus niet de gehele publieke...